Orgaandonatie

Een nieuwe kruisdood voor ons Hogere Ik?

Dit zou een journalistiek verantwoord artikel worden over de voors en tegens van orgaandonatie, met zogenaamde verstandelijke argumenten en bewustzijn-wekkende vragen. Soms blijk je echter zelf niet alles in de hand te hebben. Na het lezen van een aantal artikelen, geschreven vanuit de antroposofische visie (Jonas, Motief en het blad van de landelijke patiŽntenvereniging), bekruipt mij een gevoel van 'iebeligheid'. In plaats van een helder antwoord te krijgen waar het om gaat bij orgaando-natie, werd ik opgezadeld met een rijstebrijberg van nieuwe vragen, waar ik me nooit doorheen kan eten. Op deze wijze kan ik dus nooit tot een oordeel komen. En ik vraag mij af: waar gaat het in deze kwestie om? Gaat het eigenlijk niet om de vraag of wij als mensen van deze tijd kunnen accepteren dat ons leven eindig is?

Het programma Lopende Zaken van de VPRO verschafte me meer duidelijkheid. Organen zijn alleen bruikbaar voor transplantatie als ze tot heel kort voor de ingreep nog worden 'bewaard' in het lichaam van de gever. Om dit mogelijk te maken heeft de medische wetenschap het begrip hersendood uitgevonden. Een criterium dat nu ook in onze wet is vastgelegd. Hersendood is dood, beweert onze overheid in haar voorlichtingscampagne. Veel medici en wetenschappers trekken dit echter in twijfel. In Lopende Zaken vinden een cardioloog, een hersenonderzoeker en een verpleegkundige/medisch ethicus: bij hersendood kun je spreken van het in werking treden van een sterfproces, niet van dood. Om te kunnen vaststellen of iemand hersendood is, worden er testen uitgevoerd op de doodzieke patiŽnt. Zo wordt er ijskoud water in de oren gespoten. Deze praktijk brengt de hersenonderzoeker tot de uitspraak: "Ik stel mijn organen niet beschikbaar voor transplantatie, want ik wil rustig sterven zonder lastig gevallen te worden met dit soort onderzoeken."

Uit het programma blijkt ook dat een hersendode nog veel tekenen van leven kan vertonen. Zo heb je het 'Lazarus-effect', het bewegen van armen en benen. Spiertrekkingen wordt dat genoemd. Verder kunnen deze doden knipperen met hun oogleden en kunnen ze blozen en zweten. Ik vraag me af: wanneer bloos ik in het dagelijkse leven? Toch alleen wanneer ik een indruk opdoe die een gevoelsreactie teweegbrengt. Wanneer zweet ik? Bij inspanning, maar ook als ik me bedreigd voel. De betekenis van de uitdrukking 'het angstzweet breekt me uit' heb ik vaak genoeg aan mijn eigen lijf ervaren. Om deze lichamelijke reacties te krijgen moet je bewustzijn aanwezig zijn. Zo kom ik tot de conclusie dat het uitnemen van organen een nieuwe variant op de kruisdood betekent voor het Hogere Ik van de hersendode.

Alle redeneringen en vragen over de betekenis van orgaandonatie voor vorige en toekomstige levens lap ik aan mijn laars. Ze werken alleen versluierend en verhinderen zo dat mensen kunnen zien wat er werkelijk aan de hand is in deze maatschappij. Een opmerking uit Jonas is me echter wel bijgebleven. Antroposofisch arts Edmond Schoorel zegt daarin: "Wat mensen beslissen over orgaandonatie, daar gaat niemand over, behalve zijzelf en hun Engel."

Clara de Groen

Dit artikel is met toestemming van de auteur overgenomen uit
Nieuwsbrief Hypericon - Centrum voor Antroposofische Gezondheidszorg
Nijmegen, Zomer 1998, 22ste jaargang nr. 99

terug naar Artikelen per categorie